| Seks & Wetgeving |
|
|
|
Seks behoort volgens Jong Gezond Verstand in de eerste plaats tot de persoonlijke vrijheid, niettemin bestaan er een aantal raakvlakken met de wet. De bestaande wetgeving rond seks vertoont echter een aantal ernstige tekortkomingen. Jong Gezond Verstand zet zich actief in om deze lacunes in de wet onder de aandacht te brengen en de wetgeving overeenkomstig aan te passen. Hierna een aantal krachtlijnen. Zedenwet Initiatieven in het kader van seksuele opvoeding zijn vandaag onderhevig aan de zedenwet. Deze wet beperkt in belangrijke mate de mogelijkheden van beeldvorming en beschrijving in het kader van educatie rond seks. Jong Gezond Verstand pleit voor degelijke en open seksuele opvoeding; hiertoe is het noodzakelijk dat de huidige zedenwet wordt opgesteld voor educatieve doeleinden. Begripsbepaling De bestaande sekswetgeving is bijzonder vaag over wat onder het begrip “seks” dient te worden begrepen. Dit leidt in de praktijk tot juridische problemen en onduidelijkheid over het toepassingsgebied van de wet. Jong Gezond Verstand is er, net zoals een aantal deskundigen, voor gewonnen om “seks” in de wet te omschrijven als coïtus (d.i. geslachtgemeenschap), wat moet leiden tot een duidelijkere afbakening van de wet en bijgevolg een billijkere toepasbaarheid ervan. Free clinics Jong Gezond Verstand vindt seksuele gezondheidszorg bijzonder belangrijk en pleit daarom voor toegankelijke hulp ten behoeve van jongeren. ‘Free clinics’ maken hier deel van uit. Deze laagdrempelige en anonieme gezondheidsdiensten bestaan vandaag reeds in de meeste grote steden. Jong Gezond Verstand verdedigt het behoud en de verdere uitbouw van deze ‘free clinics’. Echter, de uitbating ervan gebeurt best onder de vorm van een publiek-private samenwerking (PPS). Vorming In het onderwijs wordt vandaag nog steeds te weinig aandacht besteed aan seksuele vorming, bovendien ontbreekt het de onderwijsinstellingen vaak aan kwalitatief opleidingsmateriaal. Een netwerk van experten zou de onderwijsinstellingen hierin kunnen ondersteunen. Daarnaast beschikken maatschappelijk werkers vaak niet over een basiskennis rond anticonceptie, abortus, etc. Seksuele opvoeding zou een basispakket moeten uitmaken in de opleiding van deze maatschappelijk werkers. Seksuele meerderjarigheid Wie ouder is dan 18, moet tot op grote hoogte vrij zijn om zelf keuzes te maken over vrijen, voorbehoedsmiddelen, abortus en allerlei andere zaken die van ver of dichtbij met seks te maken hebben. Vandaag worden jongeren vanaf hun zestiende bekwaam geacht om toe te stemmen met het stellen of het ondergaan van seksuele handelingen (Art. 372 eerste alinea Stafwetboek). In lijn met de maatschappelijke evolutie, wetenschappelijk onderzoek naar de seksuele leefwereld van jongeren en de vele problemen die in de rechtspraktijk worden vastgesteld, ijvert Jong Gezond Verstand ervoor om deze leeftijd te verlagen tot 14 jaar; mits het leeftijdsverschil tussen de betrokken partners beperkt blijft tot 3 jaar. De bestaande wet plaats normaal seksueel ontwikkelingsgedrag van jongeren immers al te vaak in een crimineel daglicht. Daarenboven verhindert deze wet dat jongeren, binnen een legaal kader, op hun maat en op hun tempo kunnen experimenteren met seksualiteit en relaties. Uiteraard dienen alle seksuele handelingen waarbij dwang of geweld te pas komen, ongeacht de leeftijd, bij wet verboden te blijven. Abortus Een abortus kan, conform de vigerende wetgeving, worden uitgevoerd in een abortuscentrum of in sommige ziekenhuizen tot 12 weken na de bevruchting of tot 14 weken na het begin van de laatste menstruatie. Die abortuscentra en ziekenhuizen beschikken over een voorlichtingdienst, waar in een gesprek de specifieke situatie van de hulpbehoevende wordt besproken. Na dit gesprek volgt een verplichte wachttijd van vijf dagen; wat er in de praktijk op neer komt dat voor het einde van de elfde week (of voor het einde van de dertiende week vanaf de menstruatie) een afspraak moet worden gemaakt met een abortuscentrum of ziekenhuis. Jong Gezond Verstand vindt de abortusprocedure moet worden aangepast, voor die veel voorkomende gevallen waar laattijdig contact wordt opgenomen met de abortuscentra. De procedure zou moeten voorzien in een overbruggingsweek, waardoor de abortus alsnog zou kunnen worden uitgevoerd tot uiterlijk 5 dagen na het einde van de twaalfde (of de veertiende) week. |







