| Naar een private onderwijsmarkt |
|
|
|
In de huidige situatie wordt het onderwijs in ons land publiek gefinancierd, maar voor een stuk privaat uitgevoerd door de scholen uit het vrije net. De overheid bepaalt dus grotendeels welk soort onderwijs wordt aangeboden en welke keuzes daarbij worden gemaakt. Vanuit libertarisch standpunt is onderwijs echter geen publiek, maar een privaat goed. Het is ofwel, een investering als het doel is om je eigen menselijk kapitaal op te bouwen zodat je later zelfstandig of als werknemer aan de slag kunt. Ofwel een consumptie als het onderwijs vanuit een persoonlijkheidsvormende behoefte gevolgd wordt. In beide gevallen staat de persoonlijke levenssfeer centraal, Er is bijgevolg geen enkel argument om onderwijs (privaat goed) via de overheid (publiek goed) te regelen. Integendeel, de lesvolgers raken op die manier hun marktwaarde kwijt waardoor ze het aanbod niet zélf kunnen sturen of bepalen. Het aansturen van het onderwijsveld vanuit een centrale overheid, heeft een flink aantal nadelen. Er is niet alleen een grote mismatch tussen de vraag van de markt en het onderwijsaanbod, ook de opsplitsing in koepels is achterhaald en beantwoordt niet aan het huidige, snel veranderende maatschappelijk klimaat. Bovendien is de onderwijsbureaucratie vatbaar voor het lobbywerk van pedagoochelaars die zo hun eigen visie over onderwijs doordrukken en die door de meerderheid van de bevolking niet gedragen wordt. Het aanbieden van onderwijs via de markt (privatiseren) versterkt een aantal van de huidige ideeën achter het Vlaamse onderwijslandschap (vrije keuze van school, een school kan vrij opgericht worden mits aan een aantal voorwaarden is voldaan), maar gaat daarin nog een stap verder. De leerkracht is niet langer een ambtenaar, maar sluit als werknemer een arbeidscontract af met de school. Door de leerkrachten uit het ambtenarenstatuut te halen wordt het makkelijker om de leerkrachten te motiveren en een dynamischere carrièremogelijkheden te geven. Door de keuze bij de consument te leggen; wordt er meer diversiteit gecreëerd, en verhoogt ook de kwaliteit door het uitspelen van de onderlinge concurrentie. Bovendien wordt de discussie tussen een conservatieve of progressieve aanpak weggetrokken uit de overheidssfeer, waardoor de keuze opnieuw in handen van de burger wordt gelegd. Wie dus kiest voor een alternatieve aanpak, kan dat perfect; zonder daarbij echter deze mening aan anderen op te dringen. Het staat private scholen bovendien ook vrij om zich te verenigen in groepen, zij het dan vanuit een vrijwillige basis. Tenslotte valt er door de marktgestuurde werking ook een veel betere afstemming te verwachten tussen het onderwijsaanbod en de vraag van de arbeidsmarkt. Een samenwerking met een sector die verlegen zit om arbeidskrachten, kan bijvoorbeeld resulteren in het omlaag halen van de inschrijvingsgelden waardoor een vlottere instroom gerealiseerd wordt. Ook het vrij bepalen van de eindtermen kan inspelen op de nood van de markt naar een bepaald arbeidsprofiel. De overgang van een publiek gefinancierd onderwijssysteem naar een private onderwijsmarkt, is niet iets wat onmiddellijk in zijn totaliteit te realiseren valt. Een tussenstap kan bestaan in het implementeren van een vouchersysteem. Momenteel is er een impliciet vouchersysteem in ons land, de scholen krijgen immers een subsidie per leerling. Een vouchersysteem, waarbij de scholen niet langer rechtstreeks gefinancierd worden maar in de vorm van onderwijscheques die vrij op de onderwijsmarkt kunnen besteed worden, zou dat systeem expliciet maken.
Drie strijdpunten van JongLibertairen in verband met onderwijs: - Leerkrachten moeten gewone werknemers worden van de school waarin ze werken. Hierdoor krijgen we meer gemotiveerde leerkrachten in de school. - Vrije schoolkeuze voor de ouders/leerlingen met behulp van een vouchersysteem om tot een transparante financiering van het onderwijs te komen. - Vrije eindtermen zodat zowel aan de vraag naar een meer conservatieve of een meer progressieve onderwijs aanpak kan voldaan worden. |






